Gierzwaluw
Boerenzwaluw
Huiszwaluw
Oeverzwaluw

Gierzwaluwen

Boerenzwaluwen

Huiszwaluwen

Oeverzwaluwen

Bescherming

Contact

Documentatie

Nestgelegenheid

Links

Home

 

© Foto's Gierzwaluw:
Raymond de Smet
Natuurdigitaal

De Gierzwaluw (Apus apus)

Veel mensen weten het niet maar……..
Gierzwaluwen zijn geen echte zwaluwen! De gierzwaluw behoort tot de familie: de Apodidae.

 

De echte zwaluwen ( de familie: de Hirundidae) zijn kleiner en kunnen vanaf de grond opvliegen. De naam gierzwaluw is in onze taal dan ook slecht gekozen. In andere talen is dit verschil in familiesoort duidelijker.

Gierzwaluwen zijn hét symbool voor de stadsnatuur.

Eind april, begin mei verschijnen de donkere, zwarte vogels, na een tocht van ± 8000 km uit Afrika, boven onze steden en dorpen.

Met grote snelheid scheren ze door onze straten en over onze huizen.
Hun ‘srie-rie’- geroep kondigt de zomer aan.

De gierzwaluw is te herkennen aan een sikkelvormig silhouet, het is net een vliegend ankertje.

Hij heeft een kort soepel lichaam en een brede platte kop. Zijn dichtgevouwen vleugels steken 3,5 cm over de staartpunt heen en van kop tot vleugelpunt meet hij zo meer dan 20 cm.

Door hun grote ogen, scherpe snavel en klauwachtige nagels denkt men wel eens dat het een kleine valk is.

De gierzwaluw behoort tot de Apodidae, wat betekent ‘zonder poten’. Dit klopt niet helemaal. De gierzwaluw heeft héle kleine pootjes met vier naar voren gerichte tenen voorzien van scherpe nagels waarmee hij zich kan vastgrijpen aan muren en dakranden.

Op de grond heeft deze vogel eigenlijk niets te zoeken. De pootjes zijn zo klein dat hij slechts met heel veel kracht vanaf de grond kan opstijgen. Gierzwaluwen zijn gemaakt om te vliegen. En vliegen kunnen ze! Ze bereiken met gemak snelheden van 120 km per uur.

Gierzwaluwen leven in een kolonie. ’s Morgens en ’s avonds vliegen ze in grote groepen die elkaar lijken te achtervolgen. Ze vliegen altijd, dag en nacht!

 

Vliegend eten: ze voeden zich met insecten, duizenden per dag.
Vliegend drinken: ze scheren over het wateroppervlak en nemen een snaveltje water.
Vliegend slapen: ze stijgen tegen de avond op naar 3 tot 5 km hoogte en komen drijvend op de lucht en de wind, rustend in een soort halfslaap, met trage vleugelslag langzaam naar beneden.
Vliegend paren: ze maken in de lucht lichamelijk contact, geven elkaar een ‘snaveltje’ en er zijn ’schijn’-paringen waargenomen.

 

Jaar na jaar keert een gierzwaluw terug naar het zelfde nest dat hij het jaar ervoor achterliet. Dezelfde vogel steeds weer op hetzelfde nest. Komt hij terug en is zijn nest verdwenen door bijvoorbeeld renovatie, isolatie of sloop van het gebouw, dan is de gierzwaluw totaal ontredderd.

Gierzwaluwen missen het vermogen om snel naar een ander nestplaatsje uit te wijken.

Nesten maken gierzwaluwen in holtes en spleten van gebouwen, onder kapotte dakpannen, in gaten in de muur, achter goten……
gierzwaluw top 10.

In de lucht vangen ze pluisjes, draadjes en sprietjes die ze met speeksel aan elkaar plakken tot een komvormig nestje. Heel vaak gebruiken ze een oud mussen - of spreeuwennest

Rond 20 mei worden er 2 à 3 eitjes gelegd. De ouders broeden om beurten. Na ongeveer 20 dagen komen de eitjes uit. De jongen zijn de eerste 10 dagen blind en kaal.

De ouders vangen al vliegend insecten, die gevormd worden tot een grote bal in de keelzak. Tientallen van deze ballen worden aan de jongen gevoerd. Een gierzwaluwgezin eet wel 20.000 tot 50.000 insecten per dag! Bij slecht weer zijn er weinig insecten in de lucht en vliegen de ouders soms honderden kilometers ver om voedsel te halen.

Na 6 tot 8 weken verlaten de jongen het nest. Ze laten zich uit de nestingang vallen en vliegen weg. Ze blijven dan anderhalf jaar aan een stuk door vliegen. Pas als ze 2 jaar zijn landen ze op een nest om zelf te gaan broeden.

Eind juli wordt het stil. De eerste gierzwaluwen zijn dan al weer vertrokken naar Afrika om er de winter door te brengen. Alleen de broedvogels met een laat broedsel vliegen nog rond en wachten tot hun jongen het nest uitvliegen om mee naar Afrika te vertrekken.

Maar……de gierzwaluw wordt in zijn bestaan bedreigd. Het domein van de gierzwaluwen, oude binnensteden en dorpskernen, is de laatste 50 jaar totaal veranderd. Woonkazernes maakten plaats voor parkeergarages, bedrijven verdwenen naar de randen van de steden, kerken en kloosters werden neergehaald. De nieuwe gebouwen, opgetrokken uit gietbeton en kunststoffen gevelpanelen bieden geen nieuwe broedplaatsen meer voor gierzwaluwen.

Tegen spiegelende glaspuien vliegen ontelbare vogels zich te pletter en onder de geïsoleerde daken wordt het te warm in de gierzwaluwnesten. Door toegenomen welvaart worden huizen en gebouwen intensief onderhouden en energiebesparende maatregelen doen de laatste kieren en spleten dichten waar gierzwaluwen nog zouden kunnen broeden.

Als gierzwaluwbeschermers kunnen wij voorlichten en adviseren maar gierzwaluwen werkelijk beschermen en hun voortbestaan op de lange termijn garanderen, dat kunnen wij niet zonder de mensen die wonen in huizen en gebouwen en bereid zijn deze vogels nestplaatsen te geven.

Klik HIER om meer te lezen over (kunst)nesten voor Gierzwaluwen